Samenwerkende actiegroepen Lelystad Airport vragen minister om gang naar de rechter alsnog toe te staan

Samenwerkende actiegroepen Lelystad Airport vragen minister om gang naar de rechter alsnog toe te staan

De Samenwerkende Actiegroepen tegen Laagvliegen (SATL) hebben minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) verzocht om beroep open te stellen tegen het Luchthavenbesluit Lelystad Airport. SATL beroept zich hierbij op Europese regels, die Nederland op dit moment in de wind slaat. “Samenwerkende actiegroepen Lelystad Airport vragen minister om gang naar de rechter alsnog toe te staan” verder lezen

SATL presenteert vernietigend rapport over Lelystad Airport: ‘Opening vliegveld is onwettig

Vandaag presenteerden Mijndert Ververs en Leon Adegeest namens de samenwerkende actiegroepen tegen laagvliegen de gezamenlijke zienswijze op het luchtvaart besluit Lelystad Airport.

Het is een lijvig document geworden, uitgebracht in boekvorm waarin alle gevonden fouten en risico’s die door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bewust en misschien soms onbewust volledig onderbelicht worden.

Mijndert Ververs vat het proces van het doordrukken van de opening van Lelystad Airport heel beeldend samen:

“Lelystad Airport is als een paard wat ze hollend willen beslaan
……….. dat kan helemaal niet, dat paard wordt kreupel!” “SATL presenteert vernietigend rapport over Lelystad Airport: ‘Opening vliegveld is onwettig” verder lezen

Analyses Belevingsvlucht / meten en berekenen

SATL trekt op basis van deze analyses de volgende conclusies:
1. De geluidmetingen van de belevingsvlucht blijken significant hoger te zijn dan de
modelberekeningen die in de MER voor ‘Lelystad’ zijn gebruikt;
2. De gebruikte methode van meten tijdens de belevingsvlucht wijkt niet wezenlijk af
van de wijze, waarop vliegtuigfabrikanten de geluidtabellen voor de
modelberekeningen zelf bepalen en aanleveren aan ICAO;
3. De kans dat op alle meetpunten een dergelijke significante afwijking gemeten wordt,
is statistisch gezien vrijwel onmogelijk;
4. De kans dat de verwachtingswaarde tussen 57.0 dB(A) en 59.2 dB(A) is 98.7%,
Daarmee zijn de meetwaarden minimaal 2.6 dB(A) hoger dan de berekend waarden
(5. Inclusief correcties voor o.a. motortype en startgewicht bedraagt de afwijking 3 tot 6
dB(A). De hogere piekwaarde van 3 tot 6 dB(A) komt overeen met de gelijktijdige
passage van 2 tot 4 identieke vliegtuigen volgens de modelberekeningen;
6. De systematische afwijkingen tussen metingen en berekeningen vallen niet binnen
de marges van +/- 2 dB(A), die daarvoor gelden volgens de Europese richtlijnen voor
kartering van omgevingslawaai 2015/9961;
7. Aangetoond is dat er wel degelijk een directe relatie is tussen LAmax en Lden . Uit deze
relatie volgt, dat de Lden 3 tot 5 dB(A) hoger komt te liggen. De MER is daarom op
onjuiste Lden-waarden gebaseerd en geeft daarmee geen realistisch beeld van de
mogelijke geluidseffecten;
8. De significant hogere waarden, die uit de geluidmetingen blijken, zijn in lijn met de
gebruikelijke afwijkingen tussen metingen en modelberekeningen Bekend is dat de
modelberekeningen met het NRM systematisch lagere geluidwaarden opleveren dan
de metingen;
9. Verontrustend is, dat het nieuwe rekenmodel DOC.29 gemiddeld een nog grotere
afwijking oplevert dan het ‘oude’ model NRM. Dit blijkt uit de trendvalidatie van
DOC.292.

Actiegroepen Tegen Laagvliegen verbijsterd over kamerbrief belevingsvlucht lelystad airport

Conclusie van minister schaadt vertrouwen in de overheid opnieuw.

Minister Cora van Nieuwenhuizen vindt het niet nodig om een nieuw milieueffectrapport (MER) te maken voor Lelystad Airport nu gebleken is dat laag overvliegende toestellen meer herrie maken dan in de bestaande MER is gemeld.

“Actiegroepen Tegen Laagvliegen verbijsterd over kamerbrief belevingsvlucht lelystad airport” verder lezen

Documentaire: ‘Lelystad Airport in nevelen gehuld’

“Lelystad Airport in nevelen gehuld” is een documentairefilm van cineast Rob de Wind. Deze film geeft een overzicht van wat er allemaal mis ging in de ontwikkeling van Lelystad Airport.

Oud-politicus Jan Terlouw, deed het openingswoord bij de premiere in 2018. In de film geven de volgende deskundigen hun visie:

– Alexander ter Kuile, oud secretaris generaal van de CANSO (internationale luchtverkeersleiding);

– Dr. ir. Leon Adegeest, onderzoeker die fouten in de geluids- en stikstofberekeningen ontdekte;

– Drs. Luit Buurma, bioloog en oud Kon. Luchtmacht en defensiespecialist vogelradar

– radarornithologie; – Prof. Dr. Theunis Piersma, internationaal gelauwerd hoogleraar trekvogel ecologie;

– Dr. Bart Ebbinge, bioloog en ganzenspecialist (deed vogelonderzoek voor oa Schiphol);

– Ernst Jan Goedhart, oud gezagvoerder Boeing 787 Dreamliner en de Boeing 777 en ervaringsdeskundige birdstrike;

– Dr. Cor Trompetter, oud wethouder Weststellingwerf; – Drs. Wim Liesker, luchtvaartdeskundige en amateur piloot;

– Drs. Leonhard Beijderwellen, arts en onderzoeker o.a van fijnstof en ultra fijnstof;

– René van der Haring, CEO Heli Holland, met een vestiging en vliegschool op Lelystad Airport;

– Drs. Wilma van de Venn, bezorgde burger;

– Drs. Petra Ellens, districtsmanager RECRON spreekt over de recreatie onder de laagvliegroutes;

– Dieudonné Akkermans, burgemeester van Eijsden Margraten.

Lees ook

RTV Oost: ‘Jan Terlouw over Lelystad Airport: “Het kapitaal wint altijd en ministeries zijn niet ongevoelig”‘

Leeuwarder Courant: ‘Jan Terlouw spreker tijdens premiere Friese Lelystad film’

NPO Radio 5: ‘Documentaire over Vliegveld Lelystad’

Flevopost: ‘Bekijk de documentaire Lelystad in nevelen gehuld’

Zembla: ‘Luchtruim niet geschikt voor uitbreiding Lelystad Airport’

Lelystad Airport ongeschikte locatie

De keuze voor laagvliegen over een dergelijk lange afstand is opmerkelijk. Want al in 2009 waarschuwde de Luchtverkeersleiding het volgende: Lelystad Airport is géén geschikte locatie voor een tweede grote luchthaven, er is simpelweg niet genoeg ruimte in het luchtruim.  En Lelystad ligt te dicht bij Schiphol. Dit advies is terzijde gelegd door het ministerie van I&W. Ook is het rapport niet gedeeld met de Tweede Kamer.

Bekijk hier de aflevering van Zembla: ‘Luchtruim niet geschikt voor uitbreiding Lelystad Airport’.

Sociaal en Cultureel Planbureau: Niet buiten de burger rekenen! Over randvoorwaarden voor burgerbetrokkenheid.

De nieuwe Omgevingswet wordt van kracht, die uitgaat van minder
regels en van meer betrokkenheid van burgers bij de ruimtelijke inrichting
van Nederland. Het beschermen en benutten van de leefomgeving wordt
daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, bedrijven
en burgers.

Om dat te realiseren, is samenwerking nodig. Hoe moet die
samenwerking verlopen? Wie is wanneer aan zet? Welke belangen wegen
mee of wegen het zwaarst? Om ervoor te zorgen dat alle economische,
cultuurhistorische en maatschappelijke belangen worden meegewogen
op een manier die tot consensus leidt, is een aantal randvoorwaarden
noodzakelijk. Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft zich op verzoek
van het ministerie van Infrastructuur en Milieu gebogen over de vraag
welke dat moeten zijn.

In dit essay gaan we in op informatievoorziening als randvoorwaarde
voor een goede weging van financiële, ruimtelijke en sociale belangen.
Overheden hebben daarnaast ‘antennes’ nodig die aanvoelen wie er bij
ruimtelijke plannen betrokken moeten worden, welke informatie en
communicatie daarvoor nodig is, en welke belangen en waarderingen
er spelen. Burgers en hun organisaties moeten op verschillende manieren kunnen participeren.

Participeren gaat namelijk niet vanzelf, ook niet als het in een omgevingsvisie beschreven staat. Er wordt een steeds groter beroep op mensen
gedaan om meer te werken, te zorgen en allerlei taken te combineren, en
nu ook ten aanzien van de leefomgeving. Niet iedereen heeft de tijd, kennis en middelen om dit te doen. Het realiseren van de benodigde randvoorwaarden voor goede informatie, heldere communicatie, passende inspraak en eventueel ondersteuning om een serieuze partner van de overheid te kunnen zijn, raakt de kern van wat steeds vaker de ‘systeemverantwoordelijkheid’ van de rijksoverheid wordt genoemd. Die modieuze term werkt echter verhullend. Het gaat er namelijk niet alleen om dat er een ‘systeem’ van informatievoorziening, inspraak en mogelijke betrokkenheid van burgers bestaat, maar ook dat dat systeem goed werkt. Dat betekent dat het rijk ervoor moet zorgen dat de ervaringen en belangenvan alle betrokkenen bij de omgevingsvisie er daadwerkelijk toe doen.

Het beter beschermen en benutten van de leefomgeving gaat niet zonder serieuze betrokkenheid van burgers. Maar burgerparticipatie wordt
pas écht gerealiseerd als de overheid zich omgekeerd ook meer responsief
en participatief naar burgers toont.

Ga hier naar de publicatie