Over Schiphol, eeuwige groei en het verdienmodel
Schiphol is een overstap luchthaven en het grootste netwerk van Europa en verwerkt een almaar stijgend aantal passagiers en vliegbewegingen. Dat geeft een enorme overlast en brengt het kleine Nederland veel (milieu)schade toe. Waarom moet Schiphol blijvend groeien en wat is feitelijk de meerwaarde van de vele overstappers en low-carriers?
Hoe zit Schiphol in elkaar?
Schiphol is in handen van het Rijk (70%), de gemeenten Amsterdam (20%) en Rotterdam (2%) en de Groupe Aéroports de Paris (8%).
De Schiphol Groep bestaat uit vliegveld Schiphol, Rotterdam Airport en Luchthaven Lelystad en heeft een belang van 51% in Eindhoven Airport. Daarnaast is Schiphol eigenaar van Terminal 4 van JFK Airport New York en bezit het een minderheidsbelang in de Australische luchthavens Hobart (35%) en Brisbane (19%). Ook bezit Schiphol een belang van 1% in de luchthaven van Wenen. Ten slotte bezit Schiphol 8% van de Groupe Aéroports de Paris, waartoe ook het Parijse vliegveld Charles de Gaulle behoort. Naast deze belangen in luchthavens heeft Schiphol belangen in een groot aantal vastgoedondernemingen.
Waaraan verdient Schiphol geld? Niet aan vliegtuigen, maar aan horeca, vastgoed en parkeren.
In 2018 maakte Schiphol 278 miljoen euro winst. Schiphol draaide verlies op de luchtvaartactiviteiten en verdient het geld met retail, horeca, parkeren en vastgoed. Platgezegd: Schiphol is feitelijk een vastgoedbedrijf met een enorme vreetschuur en daaromheen een gigantische parkeerplaats met een dure luchtvaarthobby. Zie ook:












